Steeds meer koopstarters slagen erin een woning te kopen. Dat lijkt soms anders, maar de cijfers tonen groei. Hoe zag die groei eruit de afgelopen 5 jaar? Wat kochten starters, waar kochten ze, met wie en hoeveel leenden zij?
De 7 belangrijkste conclusies
1. Meer starters kochten een woning
Het aandeel koopstarters steeg van 30% in 2020 naar 45% in 2025. Verschillende overheidsmaatregelen speelden daarbij een rol. Hierdoor kochten starters steeds meer woningen van investeerders.
2. Zowel meer alleen-starters als samen-starters
Het aandeel alleen-starters op de woningmarkt steeg van 9% in 2020 naar 16% in 2025. Het aandeel samen-starters van 12% naar 21%.
3. Starters kochten goedkopere woningen dan doorstromers
Alleen-starters kochten vooral appartementen. Samen-starters kochten vaker hoek- en tussenwoningen. Het prijsverschil tussen woningen van starters en doorstromers is groter geworden
4. Starters kochten vaker duurzame woningen
Starters kochten vaker woningen met een goed energielabel A of B. Dit komt vooral doordat er de afgelopen jaren veel duurzame woningen op de markt bij zijn gekomen. Starters kochten wel minder duurzame woningen vergeleken met doorstromers.
5. Vooral meer koopstarters in steden
In de 4 grootste gemeenten (G4) was het aandeel alleen-starters het grootst. Dit steeg van 11% in 2020 naar 24% in 2025. In de 40 grootste gemeenten daarna (G40) was het aandeel samen-starters het grootst. Dit steeg van 13% naar 22%.
6. Woningen voor koopstarters steeds moeilijker te betalen
Tussen 2020 en 2025 stegen de woningprijzen met 43%. De inkomens stegen in die periode maar met 24%. Daardoor konden starters steeds minder lenen dan zij nodig hadden voor een woning. Zij legden dus vaker eigen geld in om een woning te kopen.
7. Alleen-starters gebruikten meer eigen geld
In 2025 brachten alleen-starters gemiddeld € 47.000 eigen geld in. Samen-starters brachten gemiddeld € 17.000 in. Alleen-starters leenden vooral bij goedkopere woningen iets meer via een hypotheek.
