De bouw is volop aan het innoveren. Steeds vaker wordt er conceptueel, industrieel en modulair gebouwd. Er zijn raakvlakken tussen die drie, maar zeker ook verschillen. De publicatie ‘Innoveren en dezelfde taal spreken’ helpt spraakverwarring te voorkomen.
Nederland staat voor de opgave om veel woningen in korte tijd te bouwen. Die woningen moeten voldoen aan hoge eisen qua architectonische en ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, milieu, klimaatadaptatie, natuur en gezondheid. Tegelijkertijd kampt de bouw met een enorm personeelstekort: meer dan de helft van de aannemers en installateurs komt mensen te kort om alle woningen te bouwen die nodig zijn. Die personeelskrapte maakt innovatie noodzakelijk.
De rijksoverheid zet bij de ontwikkeling van beleid in op nieuwe bouwwijzen als middel om te versnellen. Dat heeft gevolgen voor de manier waarop processen worden ingericht en de manier waarop partijen in de bouwkolom met elkaar samenwerken. Er wordt veel verwacht van conceptueel ontwikkelen en bouwen, industrieel en fabrieksmatig bouwen en toepassing van geprefabriceerde modules en componenten. Maar wat bedoelen we precies met al die termen? Het zijn begrippen die nogal eens door elkaar heen worden gebruikt en dat kan tot spraakverwarring leiden.
Dezelfde taal spreken
Die miscommunicatie is niet handig. “Opdrachtgevers, bouwpartijen, ontwerpers, gemeenten en de landelijke overheid hebben elkaar nodig om innovaties waar te maken. Voordat we processen, samenwerkingsverbanden, organisatiestructuren en wet- en regelgeving aanpassen, is het cruciaal om met elkaar precies te weten wat we bedoelen”, schrijven Lente-akkoord 2.0 en Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB) in de publicatie ‘Innoveren en dezelfde taal spreken’. De publicatie geeft daarom definities van conceptueel bouwen en ontwikkelen, industrieel bouwen en bouwen met componenten en modules.
Conceptueel bouwen en ontwikkelen
Conceptueel bouwen en ontwikkelen: wat verstaan we hier precies onder? De publicatie definieert het als volgt: conceptueel ontwikkelen en bouwen is het werken vanuit herhaalbare, opschaalbare, innovatieve, integrale en flexibele bouwoplossingen. De oplossing is ontwikkeld, ontworpen en geëngineerd door de aanbieder van het woningconcept, samen met ontwerpers en partijen uit de toeleverende industrie.
Per project kan de aanbieder met het woningconcept inspelen op de eigenheid van de bewoners, de locatie en de opdrachtgever.
Industrieel bouwen
Conceptueel ontwikkelen en bouwen wordt vaak rechtstreeks gekoppeld aan industrieel en/ of fabrieksmatig bouwen. In de strikte betekenis van het woord is die koppeling echter niet noodzakelijk. In principe kun je een woningconcept ook handmatig op de bouwlocatie realiseren. Veruit de meeste woningconcepten gaan echter uit van geïndustrialiseerde productieprocessen. Volgens Lente-akkoord 2.0 en het NCB wil industrieel bouwen zeggen “dat grote delen van een gebouw niet handmatig, maar met machines worden geproduceerd. Automatisering en digitalisering zijn daarmee onlosmakelijk verbonden. Fabrieksmatig bouwen wil zeggen dat grote delen van een gebouw niet op de bouwlocatie, maar in een fabriek worden gemaakt.”
Componenten en modules
Zowel componenten als modules worden fabrieksmatig gemaakt. Maar niet per se industrieel, dit maakt dus meteen het verschil duidelijk. Componenten en modules zijn geprefabriceerde delen van een woning. Daarbij is een component meestal tweedimensionaal en van beperkte afmeting. Een module is meestal veel groter en is driedimensionaal. Enkele modules maken een complete woning.
Flexwonen
Bouwen met modules wordt vaak geassocieerd met Flexwonen. Maar dat is toch iets anders. Bij Flexwonen gaat het vaak om tijdelijke woonruimte voor spoedzoekers. Aedes spreekt over “tijdelijke, verplaatsbare woningen, meestal bestemd voor mensen die snel een woning nodig hebben. De woningen worden geplaatst op locaties die eigenlijk een andere bestemming hebben dan wonen.” Flexwoningen zijn vaak gebouwd met modules, want die bouwwijze biedt de mogelijkheid om de modules weer los te maken en de woningen te verplaatsen als de locatie een nieuwe bestemming krijgt. Maar er zijn ook tijdelijke woningen die niet met modules geassembleerd zijn. Andersom hoeft modulebouw niet tijdelijk te zijn.
Dit artikel is gebaseerd op de publicatie Innoveren en dezelfde taal spreken, een uitgave van Lente-akkoord 2.0 en Netwerk Conceptueel Bouwen.
